Veel mannen en vrouwen dragen iets ouds met zich mee.
Geen trauma-verhaal.
Geen groot drama.
Maar iets dat ooit nodig was.
– Je voelde je alleen
– Je verdriet mocht er niet zijn
– Je kon op niemand leunen
Dus werd je groot.
Of maakte je klein.
Gesloten.
Gespannen.
Altijd aan.
Want dat werkte.
De schaduwkant hiervan zie ik in vele vormen terug:
– alles zelf doen
– verantwoordelijkheid overnemen
– alles dragen
– nooit echt uitstaan
Zoals een boom die jarenlang tegen de wind in groeide:
Hij staat stevig. Maar krom.
En nu, jaren later, sta je daar.
Met een gezin. Een bedrijf. Een team.
Met verwachtingen.
Met verantwoordelijkheid.
Vanuit een onzichtbare loyaliteit.
Moe gestreden.
Met patronen die je ooit hielpen.
Maar nu energie vreten.
Wat je ooit beschermde is je langzaam aan het verstikken.
Als een valse noot in jouw levenslied.
Leiderschap vraagt op een gegeven moment om iets anders.
Niet nog meer wilskracht, maar overgave.
Niet nog meer doen, maar meer bewust-zijn.
Het verleden niet wegduwen.
Het niet willen fixen.
Maar (h)erkennen.
In het heden.
Zodat jij kiest:
Wanneer zet ik mijn kracht in?
En wanneer niet?
Want pas dan wordt kracht weer richting.
En ontstaat er ruimte voor verbinding.
Ruimte voor een andere manier van leven.
En standvastig leiding geven.




